Boxtel
Sint-Petrusbasiliek
Aan het eind van de 13e eeuw werd een romaanse kerk gebouwd op een kerkheuvel binnen een meander van de Dommel. Door het Bloedwonder – een eeuw later – werd Boxtel een bedevaartsoord.
De Sint-Petruskerk die in de 15e en 16e eeuw op die plaats gebouwd werd, was dan ook relatief groot. Het is qua bouwstijl een laatgotische kruisbasiliek. De toren wijkt af van de hier gebruikelijke Kempense gotiekstijl. Bij de Vrede van Munster in 1648 werd de kerk overgedragen aan de Protestanten. Ze hebben de kerk verwaarloosd. In 1798 kregen de Katholieken hun kerk weer terug. De restauratie startte in 1823 en de kerk werd geconsacreerd in 1827. In de kerk staat een beroemd Smits-orgel uit 1842. In 1918 volgde een ingrijpende restauratie door architect Jos Cuijpers.
In 2011 kreeg de kerk de eretitel ‘basiliek’.
Bron: www.muboboxtel.nl
Voormalig clarissenklooster Sint-Elisabethsdal
Het Boxtelse klooster lag langs de Dommel in de directe omgeving van de Sint-Petruskerk, vermoedelijk ter hoogte van de huidige Clarissenstraat nrs. 9-31. Het archief van dit klooster bevindt zich in het clarissenklooster Sint-Josephsberg te Megen.
Het zusterklooster wordt op 20 december 1468 voor het eerst vermeld in een schepenoorkonde van Boxtel. Het oorspronkelijke tertiarissenklooster verkreeg in 1504 van paus Julius II toestemming om over te gaan naar de orde van Sint-Clara, maar de definitieve overgang liet nog tot 1513 op zich wachten door het verzet van enkele zusters.
Een aantal jaren later, in 1540, werd het klooster door een brand geteisterd die ontstond tijdens de H. Bloedprocessie. De kerk van het klooster en alle huizen werden verwoest, alleen het washuis en een klein kippenhok bleven gespaard. In 1543 viel het klooster opnieuw ten prooi aan verwoesting door de inval van Maarten van Rossum. Zijn soldaten roofden er alles wat uit de brand gered was en eisten een brandschatting van de inwoners van Boxtel. De zusters van het clarissenklooster werden hiervan echter vrijgesteld.
Ca. 1580 vluchtten de clarissen vanuit Boxtel naar een woning aan de Papenhulst te ’s-Hertogenbosch, waar ze tot 12 juli 1611 verbleven. Daarna keerden ze terug naar Boxtel. De sluiting in 1648 van de meeste kloosters in de Meierij van ’s-Hertogenbosch ging aanvankelijk voorbij aan het klooster Sint-Elisabethsdal. Het kreeg toestemming van de Staten-Generaal om in Boxtel te blijven, op voorwaarde dat het klooster zou worden opgeheven na het overlijden van de laatste zuster. Het zou nog tot 1717 duren vooraleer het bevel kwam waardoor de zusters definitief uit hun klooster werden verdreven. Hun gebouwen werden ingenomen door inwoners van Boxtel en in 1728 openbaar verkocht door de rentmeester van de geestelijke goederen van het kwartier Oisterwijk en Kempenland. Na een kort intermezzo in het clarissenklooster te Hoogstraten vestigden de clarissen uit Boxtel zich in 1721 te Megen.
Bron: www.archieven.nl
