Le Thoronet
Abbaye du Thoronet
De Abdij van Le Thoronet is een voormalige cisterciënzer abdij. De abdij is de oudste van de drie ‘cisterciënzerzusters’ in de Provence (de andere twee zijn de Abdij van Sénanque en de Abdij van Silvacane).
Geschiedenis
Reeds enkele jaren na de stichting was de abdij vermogend genoeg (dankzij schenkingen) om met de bouw van de kerk te beginnen. De bouw vond plaats tussen 1160 en 1180. In het begin van de 13e eeuw telde het klooster 20 monniken en enkele tientallen lekenbroeders. Dat is tevens het begin van een bloeiperiode van een eeuw. Daarna trad er verval in. Tijdens de godsdienstoorlogen in de 16e eeuw raakte het kloostercomplex onbewoond en daarna functioneerde het wel weer als klooster, maar de Cisterciënzerorde had haar politieke en economische macht in dit deel van Frankrijk verloren. Aan het einde van de 17e eeuw zijn er verschillende meldingen van ernstige schade aan de gebouwen door achterstallig onderhoud.
In 1790 woonden er nog zeven monniken in armoedige omstandigheden die een jaar later de abdij verlieten. Na de Franse Revolutie werd het klooster verkocht en kreeg het een agrarische functie. In 1854 werd het klooster door de staat gekocht en in 1873 werd met de restauratie begonnen.
Sinds 1920 wordt het klooster bedreigd door verstoringen in het geohydrologische systeem van het gebied. Deze verstoringen zijn het gevolg van de bauxietwinning in het Massief van Darboussières. Dit leidde tot scheurvorming in de muren van het gebouwencomplex.
Architectuur
Vrij algemeen wordt de kerk met de aangrenzende kloostergang beschouwd als een hoogtepunt van de romaanse architectuur in de Provence. De kerk is opgetrokken uit blokken steen met een droge voeg, een werkwijze die slechts mogelijk is wanneer met een uiterste precisie gewerkt kan worden. De vlakken van de bouwstenen moeten immers perfect passen, want de tussenliggende voeg bestaat uit dunne lijm. De kerk heeft een spitsbogig tongewelf. Het dwarsschip kent zeer bescheiden afmetingen en daarom is het tongewelf boven de viering doorgezet. De viering vertoont aan weerszijden hogere wandbogen dan in de rest van het middenschip. Achter de viering bevindt zich een lage, halfronde apsis met een voortravee. De zijbeuken zijn voorzien van een tongewelf. De kerk heeft een rechthoekige klokkentoren met spits.
De kloostergang, gelegen aan de noordzijde van de kerk, heeft een trapeziumachtige grondvorm met relatief lange zijden van ongeveer 37 meter. De kloostergang is voorzien van een tongewelf. In de kloosterhof staat een zeshoekig bronhuisje met daarin een stenen fontein. Aan de oostzijde van de kloostergang liggen de belangrijkste kloostervertrekken, zoals de slaapzaal en de kapittelzaal. De laatste heeft een ribgewelf. Aan de westzijde van de kloostergang ligt de kelder. Deze ruimte diende als werk- en opslagplaats voor de wijn, het graan en de olijfolie. Ventilatieschachten moesten verhinderen dat er in de ruimte een te hoge concentratie aan alcoholdampen ontstond.
Aan de buitenzijde van het complex bevindt zich de zaal van de lekenbroeders.
Modernisme
Deze abdij was in de 20ste eeuw voor architect Le Corbusier een inspiratiebron voor zijn modernistische architectuuropvatting. De gebouwen werden toen zorgvuldig bestudeerd en opgemeten. De architectuur prees men als een organisch geheel conform de idee van een woning als een machine à habiter. Men bewonderde ook de nauwgezette vertaling in steen van het programma van de cinsterciënzers en het economisch verantwoord bouwen.
Bronnen : https://nl.wikipedia.org, https://de.wikipedia.org, https://www.marzkretiek.nl
Photos : Abbaye du Thoronet – CMN
